In de Wet Medezeggenschap Scholen (WMS) is geregeld dat iedere school een Medezeggenschapsraad (MR) behoort in te stellen. De essentie van medezeggenschap is dat, via de MR, leerlingen, ouders en personeel kunnen meepraten over het beleid van het bestuur.

De wet verplicht het bestuur in bepaalde gevallen advies of instemming te vragen aan de MR, voordat het een besluit kan nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het schoolplan, de schoolgids, de ouderbijdrage, het formatieplan enz. In sommige gevallen is instemming of advies vereist van de gehele MR. In andere gevallen is dit alleen vereist van de leerling- en / of oudergeleding of de personeelsgeleding. Het bestuur voorziet de MR tijdig van informatie zodat de MR goed voorbereid haar werkzaamheden kan doen.

De MR kan ook zélf het initiatief nemen om plannen op te stellen voor zaken die zij van belang acht. Artikel 6 lid 2 van de WMS luidt: 

De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende. De medezeggenschapsraad en een geleding zijn bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bevoegd gezag brengt op de voorstellen, bedoeld in de tweede volzin, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de medezeggenschapsraad respectievelijk de geleding.

Bovenstaande samengevat heeft de MR dus 4 soorten bevoegdheden:

- Informatierecht
- Initiatiefrecht
- In bepaalde gevallen adviesrecht
- In bepaalde gevallen instemmingsrecht
- De laatste 3 bevoegdheden brengen daarbij nog het recht tot overleg met zich mee