020 – 679 99 05         Personeel       Contact

Vakken

Nederlands

In de brugklas krijg je vier uur Nederlands in de week. We maken gebruik van de methode Nieuw Nederlands, maar we doen ook veel opdrachten naast het boek. Zo beginnen we het schooljaar met het schrijven van een autobiografie: je schrijft een kort verhaal over jouw leven tot nu toe.

Veel onderwerpen die je gehad hebt op de basisschool, krijg je opnieuw. We behandelen bijvoorbeeld grammatica, spelling, begrijpend lezen (wij noemen dit alleen ‘leesvaardigheid’) en werkwoordspelling. We beginnen steeds bij de basis en dan breiden we uit. Vrolijk fluitend wandel jij naar school. Dat ‘wandel’ een persoonsvorm is weet je vast, maar wist je dat ‘fluitend’ een onvoltooid deelwoord is? De één heeft al meer gehad op de basisschool dan de ander. Uiteindelijk weten jullie aan het eind van het jaar allemaal hetzelfde en als het goed is, weet je ook veel meer!
Op het Gerrit van der Veen kun je extra veel kunstvakken kiezen. We zien dan ook vaak creatieve leerlingen en we proberen ook bij Nederlands daar waar het kan die creativiteit terug te laten komen. Naast het schrijven van zakelijke teksten, kun je ook oefenen met het schrijven van een meer vrijere vorm. Denk bijvoorbeeld aan het schrijven van een korte scène, het einde van een verhaal, een column of een gedicht. In de brugklas hebben we extra veel tijd waardoor er ook ruimte is om extra leuke dingen te doen. Wist je dat je grammatica ook kunt oefenen door te kwartetten?

Ook staat één week in het teken van woordenschat: in de klas gaan jullie een klein toneelstukje opvoeren waarin nieuwe, moeilijke woorden in voorkomen en maken jullie uiteindelijk een tekening bij een gekozen woord.

Over lezen is tegenwoordig veel te doen. Er wordt vaak gezegd dat jullie helemaal niet meer van lezen zouden houden. Hier zijn wij het niet mee eens. Wij zien wel dat lezen veel concurrentie heeft gekregen, maar als je het juiste boek kiest, vind je lezen echt wel leuk. In de brugklas starten we de les vaak met 10 minuten lezen uit een zelfgekozen boek en in de hele onderbouw lezen we klassikaal een boek voor. We koppelen steeds verschillende opdrachten aan literatuur die steeds een beetje moeilijker worden: een moodboard maken, een boekenpitch houden, een boek met een film vergelijken, een boek analyseren, zelf een thematische boekvergelijking maken en een literatuur mondeling houden over meerdere boeken.

Engels

What is English like at the Gerrit van der Veen College?
Om te beginnen dit: een deel van de lessen wordt in het Engels gegeven. Dit klinkt wellicht logisch, maar al met al speelt Nederlands een grote rol. Het hangt samen met hoe wij Engels willen geven: recht doen aan diegenen die al een mondje Engels spreken, en tegemoetkomen aan die leerlingen die geen of nauwelijks Engels hebben gehad.

Dit geven wij onder meer aan door de methode die wij gekozen hebben: Think. Deze Engelstalige leergang dompelt alle leerlingen meteen in het Engels, waardoor iedereen zich meteen bewust is dat er Engels wordt geleerd. De docenten leggen vervolgens in het Engels en Nederlands uit. Echter, het boek is een van de tools die wij gebruiken. De skills, de vaardigheden lezen, luisteren, schrijven en spreken, komen ook op andere wijzen aan bod. Denk aan kleine rollenspellen, film, het schrijven van een kleine recensie of als klas gewoon lekker een eigen gekozen boek lezen.

Er zijn per week 3 lessen Engels. Daarnaast is er na het eerste leerjaar de mogelijkheid om in te schrijven op de cursus Cambridge English. 

Dit is een cursus die aan Engels getalenteerde leerlingen op school door de eigen docenten wordt gegeven, maar wordt afgesloten door The British Council. Ben je niet zo goed in Engels en heb je in de eerste klas extra ondersteuning nodig? Ook dat is mogelijk, Engels geeft steunlessen aan diegenen die net dat ene zetje nodig hebben. 

We look forward to seeing you!

Theater

Theater moet je DOEN en ERVAREN maar nu dat even niet goed kan zullen we het in woorden & beelden proberen te vatten.
Bij ons kan je eindexamen doen in het vak theater. Naast spelen vinden wij ook zelf maken heel belangrijk, en leer je dus ook andere kanten van het vak zoals schrijven, regisseren, vormgeven… Bij ons doe je geen auditie voor deze vakken; iedereen die bij ons op school komt krijgt alle kunstvakken; pas in de bovenbouw kies je een specialisatie.

In het kort hoe theater op het Gerrit van der Veen College eruit ziet:
In de brugklas krijg je alle kunstvakken een blokuur (dubbel uur) een half jaar lang, theater maar ook dans, muziek, handvaardigheid en tekenen. In de tweede krijg je het hele jaar een blokuur theater (naast de andere kunstvakken). In de derde kies je één kunstvak waar je je in wilt verdiepen; bij theater ga je dan naast veel spelen en maken bijvoorbeeld ook een solo maken. En we nemen je mee naar een inspirerende voorstelling in het theater!

Als je kiest voor het eindexamenvak theater, krijg je in de vierde klas vier uur theater in de week. Twee uur spelen en maken zoals je al gewend bent, één uur theorie (theater achter de schermen) waar je o.a. gaat experimenteren met schrijven voor theater en aan je portfolio werkt, en een wildcard uur waarin je naar voorstellingen gaat en in groepjes aan de eindexamenscène werkt. Die scène presenteer je aan het eind van het jaar in de aula mét publiek. Jullie bedenken zelf het concept (idee), jullie spelen zelf maar hebben ook zelf geregisseerd, de tekst geschreven, de vormgeving bedacht en natuurlijk een flyer gemaakt om je publiek nieuwsgierig te maken.
In de vijfde klas ga je naar een voorstelling kijken die vervolgens de inspiratiebron is voor jullie eigen werk. Deze scènes presenteer je in een theater in Amsterdam!
En zit je op het VWO dan heb je nog een zesde jaar theater waarin je als klas een werkplaatsvoorstelling gaat maken. Wat willen jullie? Een voorstelling op locatie, een bestaand toneelstuk ensceneren, of juist zelf schrijven en maken? Je speelt de voorstelling ook weer in een theater in Amsterdam (of op een andere locatie natuurlijk als dat jullie droom is). We speelden al op locatie in de stad, bij de Toneelmakerij, in theater Frascati, Oostblok, het Badhuis, theater Perdu, het Compagnietheater en op nog veel meer plekken.
Als het je leuk lijkt om te komen kijken: check de website en wees welkom!! De vijfde jaars spelen in maart, en de zesdejaars eind maart/begin april (als alles door mag gaan natuurlijk vanwege corona).

Dan is er ook nog de schoolvoorstelling. Met spelers uit de hele school samen een jaar lang toewerken naar een voorstelling die een week lang speelt in de school. En soms nog een reprise krijgt in een theater in Amsterdam (de Brakke Grond, de Krakeling). En omdat theater ook beeld is en niet alleen woorden woord en woorden; kijk vooral naar de foto’s – ze komen uit eindexamenscenes, eindexamenvoorstellingen, schoolvoorstellingen of een van de talloze andere projecten die we regelmatig doen!

We hopen dat je een idee hebt gekregen van theater op deze school, en enthousiast bent geworden. Veel succes met kiezen en wie weet tot volgend jaar!

Aardrijkskunde

Welkom bij het vak van de wereld: Aardrijkskunde!Aardrijkskunde is de studie over onze planeet, de aarde! Bij dit vak kijken we naar de invloed van de mensen op de natuur en de invloed van de natuur op de mens. Waarom zijn er seizoenen? Hoe ontstaan vulkanen? Waarom trekken jonge mensen naar zo’n mooie stad als Amsterdam? Waarom is het ene deel van de wereld arm en het andere deel rijk? Hoe kan klimaatverandering voor migratie of conflicten zorgen? Dit zijn vragen die je samen met ons gaat beantwoorden bij dit wereldse vak!

 

Praktische informatie:
– Aardrijkskunde volg je in de onderbouw 2 uur en in de bovenbouw 3 keer per week .
– In de onderbouw gebruiken we de methode Humboldt en in de bovenbouw De Geo.
– Naast het boek van de methode werk je ook veel met de atlas.

Dans

Loslaten, bewegen, onderzoeken en maken! Dans als sport, dans als vrije expressie, dans als techniek en dans als podiumkunst. De kunstdiscipline dans wordt op het Gerrit van der Veen aangeboden in het eerste en tweede jaar. In beide jaren krijg je een half jaar lang, twee uur per week het vak dans.

Hoofddoelen van het vak dans:
• Veiligheid: je vrij voelen om te bewegen, ongeacht je kennis over het vak
• Improvisatie: het onderzoeken van je lijf en je eigen mogelijkheden
• Samenwerken: respectvol met je medeleerlingen omgaan en materiaal ontwikkelen
• Verbinding: het verbinden van de vakken LO (fysieke gezondheid), Theater (Bewegingstheater) & Muziek (trainen van muzikaliteit)
• Presenteren: hetgeen dat je geleerd en gemaakt hebt presenteren aan je klasgenoten

De les bestaat uit verschillende onderdelen die elke week terugkomen. Elke les begint met een goede warming-up vanuit een bepaalde dansstijl en daarna krijgen de leerlingen een choreografie aangeleerd (in dezelfde dansstijl). Als laatste onderdeel van de les gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag in groepjes met een dansopdracht. Ze maken bijvoorbeeld een eigen choreografie van een bepaald aantal tellen, in een bepaalde dansstijl. Op deze manier krijgen de leerlingen input vanuit de docent maar kunnen ze ook hun eigen inspiratie, creativiteit en ervaring inzetten tijdens de danslessen.

Naast het praktische gedeelte van de les, het dansen zelf, wordt er ook aandacht besteed aan theorie. De onderwerpen die naar voren komen zijn bijvoorbeeld: danselementen, het lichaam, samenwerkingsvormen, dansopstellingen, vloerpatronen en structuur. Ook maken de leerlingen kennis met verschillende dansstijlen zoals hiphop, modern, musical, streetdance enz. En ze leren welke kenmerken er bij deze dansstijlen horen.

Het vak dans is een verplicht vak op het Gerrit van der Veen College, maar niet iedere leerling voelt zich een ster op dit gebied. Gelukkig is het vak dans een bewegelijk vak waar iedere leerling zijn ei in kwijt kan. De één is goed in samenwerken, de ander zit al jaren op dansles bij een balletschool, een ander kan goed breakdancen en weer een ander kent veel bewegingen vanuit tiktok. Op deze manier kan iedereen zijn eigen kwaliteit inzetten en enthousiast worden van dit vak. Tijdens de dansles vergeet je dat dans een schoolvak is, het is een les waarbij je out of de box mag denken, mag uitproberen, fouten mag maken en je leert jezelf beter kennen. Wel wordt er van je verwacht dat je de juiste kleding mee neemt. En wanneer er acute-en of chronische blessures zijn, wordt er samen met de leerling gekeken naar een gepaste invulling tijdens de les en neem je een briefje mee van de fysio/huisarts.

Wiskunde

Wiskunde is een vak dat gebruikt wordt om de wereld in zijn verschijnselen m.b.v. getallen en logisch redeneren te verklaren. Zodoende fungeert wiskunde als hulpvak bij andere vakken zoals natuurkunde, scheikunde, biologie, aardrijkskunde etc. om verschijnselen binnen deze vakken te verklaren.
Het verklaren gebeurt m.b.v. modellen. Deze modellen worden formules genoemd. Met formules kun je ook voorspellingen doen. Om de formules te maken moet je rekenvaardig zijn. Vandaar dat wiskunde ook te maken heeft met rekenen.
Het vak kent een aantal onderdelen namelijk, algebra (rekenen met letters), meetkunde, statistiek en kansen. Daarnaast zijn er verschillende wiskunde vakken in de bovenbouw van havo en vwo namelijk, wiskunde A, B en C. Afhankelijk van het niveau en inzet van de leerling wordt er geadviseerd wat voor wiskundevak gekozen moet worden

Biologie

Van atoom tot biosfeer; biologie behelst een enorm gebied. Biologieonderwijs gaat over alles dat leeft, en gaat dus zowel over onszelf, de mens, als over de wereld om ons heen.
Ons doel als sectie Biologie is om leerlingen een nieuwsgierige en kritische houding aan te leren op het gebied van biologie en natuurwetenschappelijk onderzoek. In de biologielessen geven we les over biologische thema’s waarmee we leerlingen bewuster willen maken van wat er op dit gebied gebeurt en wat er allemaal te zien is in de wereld om hen heen.

Wij vinden aandacht voor maatschappelijk relevante onderwerpen en actuele (wetenschappelijke) ontwikkelingen, zoals milieukwesties en medisch-ethische zaken, belangrijk en maken hierbij gebruik van bijvoorbeeld klassengesprekken en documentaires.
Biologie gaat naast het leren van theorie zeker ook om doen en beleven. In de lessen gaan leerlingen zelf aan de slag met wetenschappelijk onderzoek, microscopie, ontleden en biologisch tekenen. Waar mogelijk combineren we deze bèta-kant met het cultuurprofiel van de school en verwerken leerlingen de lesstof met behulp van creatieve werkvormen zoals filmpjes en posters.

De Methode/boeken:
We werken met de methode ‘Biologie voor jou’. De methode legt de nadruk op de samenhang in de biologie en bevat een practicumleerlijn gericht op ontdekkend leren en onderzoeken. De methode bestaat uit een handboek met uitleg en een opdrachtenboek, het werkboek, om in te schrijven. In elk hoofdstuk staat een biologisch onderwerp centraal met bijbehorende leerdoelen en vaardigheden. We beginnen met handboek 1a en werkboek 1a. Hand- en werkboek 1b gebruiken we later in het schooljaar. Afhankelijk van het niveau van de klas gebruiken we de havo/vwo of de vwo/gymnasium boeken van biologie voor jou.

In het handboek van biologie voor jou staat na elk hoofdstuk (thema) een samenvatting. Hierin worden leerdoelen benoemd en staat de belangrijkste informatie nog eens weergegeven. Dit is handig bij het voorbereiden van een schriftelijke overhoring of een proefwerk. Na deze samenvatting volgt een diagnostische toets: een toets over het hele thema waarmee de leerling zelf kan controleren of hij de stof voldoende beheerst.
Opdrachten worden gemaakt in het werkboek. De moeilijke opdrachten worden in de les besproken of gezamenlijk gemaakt. Nakijken doen leerlingen zelf met behulp van antwoordbladen. Leerlingen zullen tijdens de les soms aantekeningen maken of opdrachten doen die niet in het boek staan. Hiervoor hebben zij een schriftje nodig.

Jij & Biologie in de brugklas:
Biologie is de leer van het leven. We bestuderen levende wezens. Bij biologie ontdek je hoe alles wat leeft in elkaar zit en hoe alles met elkaar in verbinding staat. In de brugklas behandelen we al een heleboel thema’s. Denk aan planten, het ordenen of indelen van organismen, organen en cellen en zintuigen. In de hele onderbouw (1e , 2e en 3e klas) krijg je het vak biologie 2x 50 minuten per week.

Bij het vak biologie krijg je theorie, maar oefen je ook met vaardigheden. Je leert heel goed kijken naar organismen. Je tekent en benoemt wat je ziet. Soms gebruiken we hierbij een microscoop. We oefenen natuurlijk ook hoe je met die microscoop werkt: je leert goed scherpstellen. In de brugklas ga je ook zelf wetenschappelijk onderzoek doen. In groepjes bedenk je een experiment, voer je dit uit en maak je hiervan een wetenschappelijk verslag.
Zien we jou volgend jaar hier in de brugklas?

Lichamelijke opvoeding

Ver weg van de lesbankjes, bij Swift en op de prachtige sportaccommodatie van de VU, wordt heel enthousiast het leukste vak onderwezen: lichamelijke opvoeding. Een enkele keer hebben een paar leerlingen geen zin om in beweging te komen, maar als zij hun tegenzin eenmaal hebben overwonnen en opgaan in het spel, verschijnen ook bij hen de blosjes van opwinding en inspanning op de wangen.

Om voldoende rendement uit de lessen te halen werken we meestal in groepen die elk een andere opdracht uitvoeren. Deze manier van werken is alleen maar mogelijk als de leerlingen instaat zijn om zelfstandig te kunnen oefenen en spelen. Om de leerlingen hierin op te voeden, trainen we ze vanaf de eerste les in het zelfstandig sporten.
De eerste tien minuten van de les gaan de leerlingen zelf aan de slag. Dit maakt het mogelijk om sommige leerlingen wat extra aandacht te geven, even iets extra’s met één of twee leerlingen te oefenen of om de klas rustig te observeren. Bijkomend voordeel is dat de leerlingen iedere les tien minuten hun favoriete onderdeel kunnen beoefenen.
Het zelfstandig sporten wordt afgesloten met opruimen en verzamelen in de kring. In de kring wordt nabesproken hoe het zelfstandig werken is verlopen. Dan begint ons deel van de les. We geven aan wat we gaan doen en vooral wat we willen dat ze leren. Vaak refereren we aan de zaken die al goed gingen in een vorige les.
We proberen voor zoveel mogelijk afwisseling te zorgen. Alle domeinen komen aan bod: turnen, atletiek, acrobatiek, spel, zelfverdediging, stoeien. De onderdelen waar we veel aandacht aan willen besteden, sluiten we af met een sporttoernooi of met een atletieksportdag. We streven ernaar om meerdere onderdelen tegelijk of na elkaar aan te bieden. Vaak zijn de leerlingen zelfstandig met een kijkwijzer aan het oefenen. Iedere leerling is de hele les actief, er hoeft bijna nooit iemand op zijn beurt te wachten. Ook leerlingen die door een blessure niet actief mee kunnen doen, worden door ons aan het werk gezet als scheidsrechter, coach of regelaar. Daarom verwachten we ook van kinderen die door omstandigheden niet kunnen gymmen, dat zij altijd hun gymspullen bij zich hebben.
We sluiten de les altijd af in een kring en vragen de leerlingen dan naar hun ervaringen tijdens de les. We willen bijvoorbeeld weten of ze de les plezierig hebben gevonden. Heel veel van onze aanwijzingen, interventies en feedback in de les hebben betrekking op sociale omgangsvaardigheden. De afsluiting in de kring leent zich er heel goed voor om nog eens aan de groep duidelijk te maken wat we op dat punt van de leerlingen verwachten. Ook kunnen de leerlingen op dat moment hun gevoelens en meningen kenbaar maken. Voor een volgende les kunnen we daar ons voordeel mee doen.
Als we bijvoorbeeld een zinnetje horen als: ‘De les was vreselijk, want ik heb geen enkele keer de bal gehad’, gaan we kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat dat de volgende les wel gebeurt. De eindkring heeft tevens als doel om de leerlingen rustig en met een goed gevoel naar de volgende les te laten gaan. Vooral de dingen die goed gingen, benadrukken we.

In de bovenbouw gaan we iets anders te werk. Een deel van de lessen verloopt vergelijkbaar met die van de onderbouw. Een ander deel is opgebouwd uit lessenseries van sporten die niet in de onderbouw aan de orde zijn geweest, zoals fitness of squash. We proberen sporten aan te bieden waar ze mogelijk meer van willen weten en willen zo hun interesse voor bewegen stimuleren. Ons motto daarbij is: Working for a lifetime sports attitude.
Om dat te bewerkstelligen willen we onze leerlingen ook buiten de school actief krijgen.
We organiseren ieder jaar sportclubs en cursussen in samenwerking met Topscore. De leerlingen kunnen op die manier 22 weken extra komen sporten. Zelf bieden we daarnaast nog cursussen aan. Deze duren vier tot vijf weken.
Gedurende de middelbare schooltijd zijn er veel pubers die uitgekeken raken op de sport waar ze op de basisschool mee zijn begonnen en gaan op zoek naar andere sporten. Bovengenoemde activiteiten geven hun de gelegenheid om gratis of voor een bescheiden bijdrage kennis te maken met die andere sporten.
Onderzoek wijst uit dat jongeren die op hun twintigste nog sporten dat veelal hun hele leven blijven doen. Daarom spannen wij ons graag in om uw kind aan het sporten te houden of te krijgen.


LICHAMELIJKE OPVOEDING

In de brugklas 2 keer per week een blokuur
Daarna in alle jaarlagen 1 keer per week een blokuur

Binnen locatie: na de herfstvakantie – de meivakantie
Sportcentrum van de VU
Uilenstede 100
1183 AM Amstelveen
20 minuten fietsen vanaf het Gerrit van der Veen College

Buiten locatie: na de meivakantie – de herfstvakantie
Swift
Olympiaplein 31
1077 CL Amsterdam
5 minuten lopen vanaf het Gerrit van der Veen College

Duits

Herzlich Willkommen!
In klas 1 krijg je Engels en Frans en nog geen Duits. Vanaf klas 2 ga je Duits leren: drie lesuren per week gedurende klas 2 en klas 3. Omdat Duits een Germaanse taal is (net als het Nederlands) zal je veel woorden waarschijnlijk herkennen. Bijvoorbeeld: de vader – der Vater; de school – die Schule; het boek – das Buch; de kinderen – die Kinder. Toch zal je misschien moeten wennen aan de uitspraak van de woorden.

Basisniveau onderbouw
Je leert veel woorden en standaardzinnen uit je hoofd om je in dagelijkse situaties te kunnen “redden” in het Duits. Als je je huiswerk bijhoudt en de woordjes goed leert, kan je korte gesprekjes voeren met leeftijdsgenootjes, korte berichtjes schrijven, teksten in het Duits vlot lezen en een gesprek verstaan wanneer Duitsers rustig praten over bekende onderwerpen. Naast de oefeningen in het boek werk je regelmatig ook aan creatieve opdrachten: het maken van een rap of lied in het Duits, het schrijven van een kort sprookje (ein Märchen) of kort vertellen over een vakantiefoto.

Duits in de bovenbouw?
Wie de smaak te pakken heeft, kan in de bovenbouw verder met Duits. In de bovenbouw  havo is Duits een keuzevak. In de bovenbouw vwo moet je een keuze maken tussen Frans en Duits. Eén ding is duidelijk: Deutsch macht Spaß! (= Duits is leuk!).
 

Frans

Bienvenue!
Vanaf klas 1 ga je Frans leren: je krijgt drie lessen Frans per week, gedurende drie jaar! Omdat het Frans een Romaanse taal is (en geen Germaanse taal, zoals bijvoorbeeld het Nederlands, Engels en Duits) zal je wellicht moeten wennen aan de taalstructuur en de uitspraak van het Frans. Vanaf klas 1 wordt hier aandacht aan besteed, door uitgebreid stil te staan bij de Franse zinsbouw en zaken zoals werkwoordstijden en neusklanken.
Basisniveau Frans in drie jaar
Je leert veel woorden en zinnen uit het hoofd om je in basissituaties te kunnen ‘redden’ in het Frans. Wie braaf zijn huiswerk bijhoudt en de stof geduldig leert, kan in drie jaar niveau A2 bereiken van het Europees ReferentieKader (www.erk.nl), wat betekent dat je je in dagelijkse situaties in een Franstalige omgeving staande kan houden: je kan dan korte gesprekjes voeren met leeftijdgenoten, korte berichtjes schrijven, teksten van een basisniveau vlot lezen en Fransen verstaan wanneer ze rustig praten over bekende onderwerpen. Naast het werken uit boeken (methode: Grandes Lignes), hou je je af en toe met creatieve opdrachten bezig, zoals het opnemen van een video in het Frans, het schrijven van haiku’s of het spreekvaardigheidsproject ‘au restaurant’.
Frans in de bovenbouw
Wie de smaak de pakken heeft, kan in de bovenbouw verder met Frans. Je bouwt je taalvaardigheid verder uit naar ERK-niveau A2+/B1 (havo) en B1/B2 (vwo). In verband met het eindexamen, gaat de aandacht beetje bij beetje meer uit naar leesvaardigheid. We zijn een cultuurprofielschool. Daarom besteedt de sectie Frans in de bovenbouw ook ruim aandacht aan literatuur- en cultuurgeschiedenis.
4/5 HAVO
In de bovenbouw havo wordt met de methode D’Accord! gewerkt aan de verschillende vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven en herhaal je de basisgrammatica. Je leert e-mails schrijven in het Frans, oefent verder met het voeren van basisgesprekken en leert Fransen ook te verstaan wanneer ze wat sneller spreken. Verder worden aan de hand van Libre Service Littérature enkele thema’s zoals ‘Amour’ of ‘Voyages’ behandeld en worden bijpassende tekst(fragment)en uit de literatuurgeschiedenis gelezen, evenals enkele vereenvoudigde korte boeken, waarmee je ook je leesvaardigheid op peil brengt voor het eindexamen. De lessen worden verlevendigd door het gebruik van actuele Franse (nieuws)bronnen en hedendaagse Franstalige muziek.
4/5/6 VWO
Wat is hoofse liefde? Waarom noemen we het Frans de taal van Molière? Wie was Louis XIV? Wat hebben 18e eeuwse Franse filosofen betekend voor het Europa van vandaag de dag? Op het vwo neem je de literatuur- en cultuurgeschiedenis van Frankrijk drie jaar lang onder de loep. Je bestudeert literaire en culturele stromingen chronologisch (vanaf de middeleeuwen) m.b.v. het literatuurboek Libre Service Littérature en aanvullend materiaal. Er worden meerdere (vereenvoudigde) literaire werken (verhalen, gedichten, toneelteksten) gelezen, boekverfilmingen gekeken en links gelegd met de (politieke) geschiedenis van Frankrijk. Daarmee wordt ook de basis gelegd voor een eventuele studie in de Geesteswetenschappen aan de universiteit.

Je verdiept je met de oefengrammatica Savoir=Faire verder in de grammatica van het Frans en leert F-N en N-F vertalen. Ook streef je ernaar teksten zoals formele e-mails en schriftelijke reacties in correct Frans te kunnen schrijven. Je luistervaardigheid wordt uitgebreid door het kijken naar bijv. documentaires en het luisteren naar Franstalige nieuwsberichten. Voor het examenmondeling geef je o.a. een korte presentatie over een literair of cultureel onderwerp en leer je je mening geven over actuele thema’s en stellingen mondeling in het Frans te onderbouwen.
Het centraal eindexamen bestaat, net als op de havo, geheel uit leesvaardigheid.
Native speaker?
Soms hebben we native speakers in de klas: leerlingen die van huis uit Franstalig zijn. Sommige native speakers vinden het fijn om gewoon het normale programma te volgen, andere willen graag meer uitdaging. Eigen initiatief is hierin belangrijk! Op verzoek van de leerling (of diens ouders) kan er evt. op maat extra dan wel vervangend materiaal worden geboden.
Wanneer er tijdig aan de bel wordt getrokken, bestaat in de bovenbouw ook de mogelijkheid vervroegd examen te doen.

Culturele Kunstzinnige Vorming
Er is heel veel kunst in de wereld: literatuur, architectuur, design, beeldende kunst, muziek, theater en (nieuwe) media. In de CKV-lessen laten we de leerlingen kennismaken met allerlei kunstuitingen. Door te kijken, te luisteren, na te denken, te praten en door kunst te maken, leren de leerlingen kunst en kunstenaars langzamerhand meer begrijpen en waarderen.

De uitgangspunten daarbij zijn:
• van waarnemen tot waarderen
• van speels tot reflectief.

Handvaardigheid
In het eerste jaar beginnen we met een laagdrempelige opdracht. De fantasie, de waarneming en aanleren van technieken staan centraal om tot een ruimtelijk werk te komen.
De leerlingen krijgen afgebakende opdrachten, waarin als huiswerk vaak een klein onderzoekje zit of een voorbereiding op de opdracht. De vertaalslag van plat naar ruimtelijk, het gebruik van de juiste gereedschappen en de kennismaking met diverse materialen vormen de basis voor dit leerjaar.
De architectuur- opdracht is een voorbeeld van zo’n opdracht : “Stel je voor, je bent architect en gaat een huis ontwerpen, maken, en verkopen: hoe doe je dat?” Stap voor stap worden de leerlingen bij dit hele proces begeleid door de docent.

Geschiedenis en Staatsinrichting
Geschiedenis is het mooiste vak dat er is. Geschiedenis is een verhaal; het verhaal van de mens en zijn cultuur. Het laat ons zien hoe andere mensen in andere tijden en andere culturen dachten en leefden. Maar het laat ons zo ook zien wie we zelf zijn, en waarom we zo zijn. Het laat ons zien waarom we denken zoals we denken. Inleving in andere tijden en andere mensen is een belangrijk onderdeel van ons vak. Inhoudelijk kan je in de brugklas van alles verwachten: We beginnen met de geschiedenis van Jagers-Verzamelaars en Boeren. Daarna bestuderen we de Grieken en Romeinen, vervolgens gaan we naar de Middeleeuwen van Karel de Grote en we eindigen het jaar met de geschiedenis van Koningen, Kastelen, Ridders en Kruistochten en de Renaissancestad Florence.
Daarnaast staat bij het vak het bestuderen van bronnen centraal: de bronnen (informatie) uit de tijd zelf laten het beste zien hoe die tijd in elkaar stak. Daar besteden we dus behoorlijk veel aandacht aan.
Ons boek heet Feniks: Geschiedenis voor de onderbouw.

Levensbeschouwelijke vorming
Bij dit vak krijg je niet alleen les over de vijf wereldgodsdiensten (jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme), we hebben per jaarlaag ook verschillende mooie projecten waarbij je bijvoorbeeld de geschiedenis van ons schoolgebouw in de Tweede Wereldoorlog onderzoekt. Het lesmateriaal is door de docent zelf ontwikkeld en sluit aan op de visie van onze school; iedereen is welkom en elke mening wordt gerespecteerd, we nodigen uit tot denken en onderzoeken! Het vak wordt voornamelijk getoetst met creatieve werkstukken, denk aan door jou geschreven teksten, filmpjes, beeldende voorwerpen.

In het eerste leerjaar behandelen we natuurgodsdiensten. Deze lessen lopen synchroon met het vak geschiedenis en vormen een belangrijke verdieping daarop. Denk aan de godsdiensten van het Oude Egypte, de Grieken en de Romeinen, maar ook van nu nog levende stammen die diep in het Amazone-gebied leven. Ook de rol van sprookjes in de Lage Landen wordt onderzocht: zitten daar misschien oude Germaanse godinnen in verstopt? En wat is de oorspronkelijke betekenis van onze feestdagen? Hoe komen we aan Carnaval?

Het tweede leerjaar legt de focus op het (ontstaan van) het christendom. De schepping versus de evolutietheorie wordt behandeld, aan de hand van o.a. het boek Sapiens (Yuval Noah Harari). Bijbelse verhalen uit het Oude Testament worden naast een wetenschappelijke benadering gelegd. Daarnaast onderzoekt de leerling ook zijn/haar eigen (on)geloof, en dat van de familie door opa en oma te interviewen over hun jeugd en de betekenis van een zinvol leven.

In het derde en laatste leerjaar staan jodendom en islam op het programma. Doel is hierbij kennis opdoen van het ontstaan van beide godsdiensten, waarbij nadrukkelijk wordt stil gestaan bij wat beide religies met elkaar gemeenschappelijk hebben. Antisemitisme is los daarvan een heel belangrijk onderdeel. Een aantal opdrachten zijn hierop gericht, in nauwe samenwerking met de Anne Frank Stichting.